donderdag 9 februari 2012

Zumba


Drie keer in de week was ze in het fitnesscentrum te vinden. Niet bij de apparaten want daar vond ze geen moer aan, maar in de ruimte waar de groepslessen werden gegeven. Ze deed altijd mee aan twee lessen achter elkaar. Dat kon net voor ze de kinderen weer moest ophalen. Ze vond de groepslessen leuk en dan met name de lessen die naar dansen neigden. Vroeger had het jazzballet geheten maar tegenwoordig hadden die lessen allemaal flitsendere namen als Bodyjam, Zumba of Sh´bam. Ze was gek op dansen en vond dit dan ook de ideale manier van sporten.
En toch was er iets wat haar mateloos irriteerde. Niet dat ze niet de enige was die het leuk vond maar wel die 5 bejaarde dames die elke les aanwezig waren. Natuurlijk hadden de dames alle recht op sport en beweging maar wat ze niet kon hebben was dat het de dames allemaal zo gemakkelijk afging. Ze huppelden met een gemak door die zaal of ze zo nog wel drie uur door konden gaan terwijl bij haar al na 15 minuten de tong op de knieën hing. Ze draaiden en zwierden alsof ze de pasjes al jaren kenden terwijl zijzelf na 2 draaien de weg altijd al helemaal kwijt was. Ze gooiden met hun ledematen alsof ze van rubber waren en met elastiekjes aan hun lijf zat, terwijl haar lijf al kraakte als ze haar voeten 2 centimeter verder uit elkaar zette.
Nee, ze had niks tegen bejaarde dames die wilden sporten maar ze mochten toch wel een klein beetje rekening houden met een goedwillend meisje wat 35 jaar jonger was dan zij.

De schaatser


Slag voor slag maakt hij zijn rondjes op het meer. Ondanks dat het donker is en er bijna niemand anders meer op het ijs is, moet hij nog even door. Nog vier rondjes dan heeft hij genoeg meters gemaakt vandaag. Nog vier rondjes en dan heeft hij er 2 uur trainen op zitten. Het is fijn te merken dat zijn conditie nog steeds uitstekend is, dat het vele sporten zijn vruchten afwerpt. Hij fietst veel, doet mee aan toertochten, heeft de Mont Ventoux en de Alpe d’Huez meerdere keren beklommen. Als hij niet fietst dan skeelert hij of gaat met vrienden die net zulke sportfanatiekelingen  zijn als hijzelf badmintonnen of naar een indoorschaatsbaan.
Nee met zijn conditie is niks mis. Daar gaat het hem ook niet om in deze training. Deze is vooral bedoeld om meters te maken op natuurijs. Hij moet na al die jaren op kunstijs te hebben geschaatst weer voelen hoe het is om op natuurijs te schaatsen. De scheuren, het zand, de sneeuw maar ook de wind en de vrieskou. Want dit jaar gaat het gebeuren. Dit jaar komt er een Elfstedentocht, daar is hij van overtuigd. En dit jaar heeft hij wel een startbewijs.
In de jaren van Evert van Benthem was hij geen lid geweest van de Friesche Elfsteden. Hij wist zelf wel dat de tocht voor hem opdat moment te hoog gegrepen was. Hij had het druk met zijn carrière waardoor hij niet genoeg tijd had zich goed voor te bereiden. Zelfs als hij vrij had kunnen krijgen had hij hem niet gereden. De kans dat hij hem uit zou rijden was veel te klein.
Maar in de jaren erna kreeg hij de kans minder te gaan werken waardoor hij meer tijd kon besteden aan sporten. Zijn conditie en zijn lichamelijke gesteldheid gingen met sprongen vooruit. Hij was lid geworden. Helaas kon hij alleen maar lid met kans op startrecht worden wat betekende dat hij in de loting voor een startbewijs mee deed. In 1997 kwam er een tocht maar hij had pech, hij werd uitgeloot. Het viel hem zwaar. In de bloei van zijn leven, met een conditie van een paard en een ijzeren gestel mocht hij niet meedoen.
Maar nu liggen de kaarten anders. Er is een nieuw lotingsysteem en al voor er sprake was van vorst wist hij dat hij een startbewijs had. Dit keer gaat hij zijn droom verwezenlijken.
Hij kijkt op zijn horloge. Alweer half 8. Zijn vrouw zal vast al de snert aan het opwarmen zijn. Nog een rondje en dan gaat hij naar huis. Even lekker douchen en dan met een kop snert op de bank met zijn vrouw wachten op de persconferentie.
Hij rijdt zijn laatste rondje op volle snelheid. Nog even een stukje uitschaatsen en dan naar de kant. Te laat bemerkt hij de scheur vlakbij zijn tas. Hij gaat onderuit en hoort zijn been kraken. Wanneer hij naar de eerste hulp wordt gebracht hoort hij dat de Elfstedentocht is afgeblazen. En eigenlijk kan hij daar alleen maar blij om zijn.

zaterdag 4 februari 2012

It giet oan!


Van de week kwam mijn oudste zoon met twinkelende oogjes binnen. “Mam!”, riep hij, “er komt misschien een Elfstedentocht!”Ik schudde een beetje meewarig mijn hoofd. Het had net 2 nachten gevroren en het ijs op de weilanden was nog niet eens dik genoeg om op te kunnen schaatsen. En dan daarbij, zo bijzonder was zo’n Elfstedentocht nou ook weer niet. We hadden er recent nog 1 gehad en daarvoor was de tocht zelfs twee opeenvolgende jaren verreden. Pas ’s avonds drong tot mij door hoe bijzonder het eigenlijk wel was. Ik realiseerde me namelijk dat de laatste Elfstedentocht al weer dateert van 1997, twee jaar voor zijn geboorte. En tegelijkertijd herinner ik me 1985.
Het is begin 1985. Ik ben net 11 geworden. De winter zet behoorlijk door dat seizoen. De vaart in ons dorp is dichtgevroren. Volgens de schaatsliefhebbers kun je van Balkbrug helemaal naar Slagharen schaatsen. Verder kun je niet want de Dedemsvaart is op vele plekken helaas dichtgegooid, anders had je vanaf Hasselt tot aan Coevorden kunnen schaatsen.
Langzaam begint het te gonzen onder de mensen. Er ligt zoveel en zo goed ijs, zal er dit jaar dan eindelijk weer eens een Elfstedentocht worden gereden?
Onze meester is een echte schaatsfanaat. Zodra er ijs ligt grijpt hij elke kans aan ons te laten kennismaken met schaatsen. Hij geeft geen gym maar neemt ons mee naar de vaart. Hij organiseert wedstrijdjes op de ijsbaan. En tijdens geschiedenis vertelt hij ons over de tocht der tochten. Hij vertelt over de Friese steden waar de tocht langskomt, over de wateren waarover geschaatst wordt en over Reinier Paping die de laatste heeft gewonnen. En langzamerhand begint het bij ons ook te kriebelen. Zoiets bijzonders willen we wel een keer zien. Laat maar komen die Elfstedentocht want dat willen we meemaken!
En enkele dagen later hoorden we de magische woorden,:”It giet oan.” We hadden nog nooit een woord Fries gehoord maar we wisten allemaal wat die 3 woorden betekenden. Na 22 jaar zou er weer een Elfstedentocht worden gereden. Er zou geschiedenis worden geschreven. En wij zouden het meemaken.
Op de dag zelf moeten we gewoon naar school. Onze meester heeft daar wel een beetje de pest over in maar krijgt het voor elkaar dat hij in de klas een televisie mag neerzetten zodat we met eigen ogen de heldentocht kunnen zien. Na school rennen we allemaal naar huis. Niemand gaat schaatsen, we willen allemaal zien wie als eerste aan gaat komen in Leeuwarden. Vanaf die dag zit de naam Evert van Benthem voorgoed in ons geheugen. En ondanks dat de tocht niet zo heroïsch is als die uit 1963, voelen we dat we getuige zijn geweest van een heldendaad.
Een jaar later is de koorts en opwinding een stuk minder. Natuurlijk kriebelt er wel iets maar het heel speciale is er wel vanaf. Totdat bij ons doordringt dat er weer geschiedenis kan worden geschreven. Rond de aankomsttijd zitten we weer allemaal thuis voor de tv, juichend en aanmoedigingen roepend. “Hup Evert! Toe dan, je kunt het. Winnen Evert!” Weer voelen we ons euforisch. We zijn zo blij alsof we zelf de tocht hebben uitgereden. We weten dat we getuige zijn geweest van iets heel bijzonders. In deze twee jaren werd er geschiedenis geschreven en wij waren getuige. Wij hebben het meegemaakt. Wij zijn onderdeel geworden van een historische gebeurtenis.
Ik besef mij hoe speciaal het voor mijn zoon moet zijn om ook een keer zoiets mee te maken. En ondanks dat ik nog geen Elfstedenkoorts heb begint het wel licht te kriebelen. Zal het dan dit jaar eindelijk weer gebeuren? Zullen mijn kinderen getuige mogen zijn van een historisch feit? Laat het maar gebeuren. Laat die rayonhoofden maar bij elkaar komen en laat vooral die magische woorden weerklinken."It giet oan!"