vrijdag 24 december 2021

Het elfje dat van kou houdt

 

Zo hard als haar benen haar kunnen dragen holt Gibby naar de deur. In paniek kijkt ze over haar schouder. Achter haar ziet ze een stroom aan rood, groen en gouden pakpapier. Er vliegen strikken heen en weer. Met golven tegelijk vallen de pakjes van de inpakmachine. De machine ratelt en knarst terwijl er meer en meer pakjes van de lopende band vallen.

Wanneer ze weer voor zich kijkt ziet ze een groot rood vlak opdoemen. Terwijl ze probeert af te remmen weet ze dat ze niet meer op tijd stil zal staan. Ze slaat haar handen voor haar ogen en maakt zich op voor de klap van de botsing.Vlak voor haar lichtje uit gaat hoort ze: “Ho Ho Ho, wat gebeurt hier?”

O nee, de kerstman! Dat kan er ook nog wel bij. Dit betekent vast dat ze haar koffers kan pakken en terug moet naar het elvenbos. Dat saaie, groene, elvenbos.

 

Al zo lang als ze zich kan herinneren droomt Gibby van een leven op de Noordpool. Tijdens het bloemen verzamelen mijmert ze over het maken van ijsbloemen. Liggend in het gras fantaseert ze over duizenden sterren aan een pikzwarte hemel. Bij het schilderen van de herfstkleuren dwalen haar gedachten af naar de schilderachtige kleuren van het poollicht. Bij het ophangen van de spinnenwebben in de dauw stelt ze zich voor dat ze sprookjesachtige kerstversieringen aan het maken is. Tijdens alle klusjes dagdroomt ze over sneeuwpoppen maken, schaatsen, warme chocomelk drinken. Over glitter en kitscherige dorpjes en overal lichtjes in donkere dagen. De tot leven gekomen idylle.

Het moment dat Gibby de oproep van de kerstman in haar lokale elvenkrant zag staan wist ze dat haar droom op het punt van uitkomen stond. Werken en wonen op de plek van haar dromen. Mooier kan het niet worden.

 

En daar ligt ze nu. Knock-out op de vloer van de cadeautjesverpakfabriek. Is dit het einde van haar tijd op de Noordpool? Dat zal vast want dit is niet het eerste ongelukje wat haar overkomt. Ze heeft de zuurstokkoker laten overkoken waardoor er drie dagen later nog elven roze suiker van het plafond stonden te steken. De chocoladesneeuwpoppen die Gibby heeft gemaakt zijn zo hard dat de tandenfee erover heeft geklaagd dat er zoveel tanden afbreken dat ze haar werk nauwelijks meer aan kan. Na het kerstkransen bakken heeft de bakkerij twee dagen blauw gestaan van de rook. En nu heeft ze de inpakmachine laten ontploffen.

 

Huilend komt Gibby weer bij bewust zijn. Dit was het dan. Het einde van haar droom. En ze is hier nog niet eens lang genoeg om ook maar één van haar droombeelden tot leven te zien komen.

“Ho ho ho, waarom die tranen?” Oja, de kerstman, die is er ook nog. Gibby begint nog harder te snikken. Grote dikke snottebellen jojoën op de maat van de gierende uithalen aan haar knalrode neus. Hortend en stotend vertelt ze alles wat gebeurt is aan de kerstman. Over de teleurstelling van de hoofdelf dat ze zo druk was met het inkleuren van ideeën voor nieuwe chocolaatjes dat ze helemaal vergat op tijd de chocolade van het vuur te halen en in de mallen te doen. Over de bakkerself die hoofdschuddend de puinhoop in zijn bakkerij overzag terwijl Gibby de rook om haar hoofd niet zag omdat ze te druk was met sneeuwsterren tekenen in de achtergebleven bloem op het werkblad. Dat de suiker voor de zuurstokken overkookte omdat ze allerlei nieuwe kleuren aan het mengen was. En dat de inpakmachine vastliep omdat het papier niet de machine kon doorlopen omdat ze het saaie papier wilde opvrolijken met allerlei illustraties.

 

Ze slikt nog eens flink, veegt haar tranen van haar wangen en kijkt op naar de kerstman. Hoofdschuddend kijkt hij haar aan: ”O Gibby toch. Waarom heb je in het kennismakingsgesprek met mevrouw Claus niet gezegd hoeveel je van tekenen houdt. Waarom heb je haar niet verteld over je dromen?” Gibby haalt stilletjes haar schouders op. Ze weet niet hoe ze moet zeggen dat ze daar in haar zenuwen of ze wel een goede indruk zou maken helemaal niet aan heeft gedacht. Dat ze zo graag naar de Noordpool wilde dat ze bang was verkeerde dingen te zeggen en daarom maar zo min mogelijk zei. Dat het makkelijker was ja te knikken als haar iets werd gevraagd. Zelfs toen dat was of ze van koken en cadeautjes inpakken hield.

“Toevallig was ik net naar je op zoek,” vervolgde de kerstman, “ik heb natuurlijk al lang over je avonturen hier in Kerstdorp gehoord. Een elf als jij blijft niet lang onopgemerkt. Mevrouw Claus is aan de hand van de gonzende verhalen eens polshoogte gaan nemen bij de elfbazen en kreeg overal hetzelfde te horen. Gibby is een vriendelijk, vrolijk en gezeglijk elfje. Een beetje dromerig maar met een fantastische fantasie en een talent voor het bedenken van mooie dingen. Ze heeft me meteen hierheen gestuurd om je te redden van de cadeautjes. Kom dan gaan we naar haar toe.”

 

Met ogen zo groot als schoteltjes kijkt Gibby naar de kerstman. Ze merkt dat haar mond is open gevallen. Snel doet ze hem weer dicht. Ze zoekt naar woorden maar weet niet wat ze wil zeggen, zou moeten zeggen. Ze stamelt wat. Draalt wat. Stamelt nog wat. Dan besluit ze toch maar niks te zeggen en knikt bedeesd.

 

Even later zit ze naast de kerstman in zijn slee. Gibby kan haar enthousiasme nauwelijks verbergen. Dit is wat ze zich had voorgesteld bij wonen op de Noordpool. Dan vraagt de kerstman haar of ze het erg vind dat ze eerst even een trainingsrondje doen met de rendieren. Haar wangen worden rood van opwinding. De kou prikt in haar gezicht als ze door de met nachtvorst gevulde lucht suizen.

Gibby krijgt heel veel zin stiekem wat suikerspinwolken in de strakblauwe nacht. Ze gluurt naast zich. Zal de kerstman het merken? Vast niet.

Voorzichtig plaatst ze een klein wit wolkje aan het donkere hemel. Heel voorzichtig tussen twee sterren in. En dan één tussen wat boomtoppen. En dan één waar sneeuwvlokken uitvallen. Al snel is ze zo verdiept in het inkleuren van een sneeuwlandschap dat ze de kerstman helemaal is vergeten. Ze plakt wolken. Schildert met alle nuances van wit die ze kan bedenken. Ze brengt schaduwen aan. En ze maakt de allermooiste ijsbloemen die ze kan bedenken. Wanneer ze klaar is slaakt ze een diepe zucht. Wat is dit geweldig om te doen. Schilderen met sneeuw en ijs vliegend in een slee.

Met een klap is Gibby terug in de realiteit. Ze heeft zitten schilderen met ijs en sneeuw terwijl ze bij de kerstman in de slee zit. Och heden, wat moet hij nu wel niet van haar denken. Waarom had ze dit nou gedaan? Haar moedertje zou zich hoofdschuddend afvragen waar haar verstand toch zat. Nou, niet tussen haar oren!  Kijk, de kerstman zit haar gewoon uit te lachen! Hij schuddebuikt ervan.

 

Gelukkig, de kerstman landt de slee. Hij tilt Gibby van de bok en leidt haar naar het kantoor van mevrouw Claus. Hij gooit de deur open en roept: “Lieverd, ze hadden gelijk! Dit elfje bulkt van het talent. Wat een ontwerper is dit. Meer kleuren heb ik nog nooit gezien in een sneeuwlandschap en toch is alles wit. Het is ongelooflijk prachtig!”

Mevrouw Claus kijkt breed lachend op van de papieren waar ze mee bezig was. “Ik heb het gezien, Nick.” Ze wenst zich tot Gibby: “Het was fantastisch om je te zien schilderen, Giibby. Zoveel talent. Zoveel fantasie. En wat een prachtig kleurgebruik. Grootvader Vorst zal blij zijn met zo’n fantasierijke medewerker. Nu kan hij het eindelijk een beetje rustiger aan gaan doen. Als je dat tenminste wil?”

 

Dertien jaar later werkt Gibby nog steeds bij grootvader Vorst. Ze bedenkt winterlandschappen, ontwerpt kerstdorpen, kleurt inpakpapier en maakt ontelbare ijsbloemen. Honderden duizenden verschillende. In een uit alle kleuren opgesteld kleurloos , vol glimmers om te schitteren in elk sprankje licht wat er terloops haar oog op laat vallen. Gewoon, omdat ze er zelf zo van geniet. Ze kan alleen maar hopen dat jij er net zo blij van wordt als zij.

dinsdag 24 augustus 2021

Doornroosjes logé

 


“Doornroosje moet toch echt een behoorlijk talent voor slapen hebben als het haar lukt zelfs midden in dit park door alle herrie heen te slapen!” verzucht ik een geeuw onderdrukkend. ”Of een verdomd goed bed.”

 

Een paar dagen geleden heb ik mij laten meeslepen naar Disneyland. Harry was als een kind zo blij dat hij twee tickets had weten te bemachtigen in één of andere verloting. Zo blij dat zelfs ik enigszins enthousiast werd bij de gedachte aan een geheel verzorgde vijfdaagse vakantie. Dat pretpark nam ik dan maar op de koop toe.

 

Spijt als haren op mijn hoofd heb ik. De prijs omvatte niet zomaar een verblijf. Nee, ons verblijf is midden op het park, in het kasteel van Doornroosje. En hoewel de suite er zeer comfortabel uitziet, heeft de ontwerper er goed voor gezorgd dat je niets van het park hoeft te missen. Sterker nog, er is geen plek te vinden waar je aan dat pokke disneymuziekje kan ontkomen.

En de godganse dag hoor je er kinderen. Horendol word ik van de hele dag gegil, gejengel en gejank. Dan komt er ook nog vier keer per dag een parade voorbij die er minstens een uur voor zorgt dat je jezelf niet eens kan horen denken. Stapelgek word ik ervan. Stapelgek en doodmoe, want het geluid gaat dag en nacht door. Zo moe dat ik nergens anders meer aan kan denken dan slapen. Ik zou een moord doen voor wat rust.

 

Nogmaals luidkeels geeuwend strek ik mijn arm uit naar het doosje slaappillen wat Harry voor me heeft gehaald. De vorige dosis heeft helaas niet geholpen, maar als ik nu niet ga slapen ben ik bang dat ik helemaal doordraai en een kleuter bij de enkels pak en om me heen ga meppen. Nogmaals druk ik een strip leeg en slik de pillen door.

Wankelend loop ik de suite uit de trap op. Het kost wat moeite om de deur naar het zolderkamertje open te krijgen maar als het uiteindelijk is gelukt kruip ik luid gapend en geeuwend naast Doornroosje op bed. Dit moet wel het beste plekje zijn om te slapen. Haar lukt het tenslotte honderd jaar. Maar mij zal zelfs geen sprookjesprins meer wakker kunnen kussen. Ze kunnen me allemaal rambam krijgen. Ik sta nooit meer op!

 

 


Geeuwen = 1) Gapen 2) Uiting van moeheid 3) Uiting van verveling


Dit verhaal schreef ik n.a.v. deze #WOT

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

 

 

zaterdag 26 december 2020

Krampus

 

In een blokhut bedolven door sneeuw gaat Lenna aan de keukentafel zitten. Ze vouwt haar handen om de kop thee die ze net voor zichzelf heeft gezet. Ze zucht diep en laar haar hoofd hangen. Ze voelt een langzame traan over haar gezicht lopen. Ze wil hem wegvegen maar bedenkt zich. Wat maakt het uit dat er een traan over haar wang rolt? Er is toch niemand die het kan zien. Ze kan zo lelijk huilen als ze wil.

 

Geërgerd onderdrukt ze een snik. Dat ze lelijk kan huilen wil nog niet zeggen dat ze dat dan ook maar moet gaan doen. Met huilen komt Maarten niet terug. Als dat zo zijn had hij drie uur geleden alweer voor haar neus gestaan. Maar dat was niet zo, dus huilen helpt niets. Ze kon beter eens gaan nadenken hoe ze hier weg kon komen, want die hufter was niet alleen weggegaan zonder iets te zeggen, hij had ook de auto meegenomen. Nu zat ze vast hier in dat godvergeten niemandsland onder de sneeuw.

 

Lenna zucht nog eens diep en rekt zich dan langzaam uit. Ze ademt nog eens diep in en weer uit. Daar wordt het iets helderder van in haar hoofd. Haar blik valt op de adventskalender midden op de keukentafel. Ze huivert.

Al vanaf het moment dat Maarten hem aan haar gaf krijgt ze de kriebels van dat ding. Sowieso is het geen traditionele adventskalender met 24 hokjes voor 24 dagen. Nee, dit ding telt één uur af in 12 hokjes.

En in plaats van idyllische kersttafereeltjes staat hier een Krampus op, zo’n enge soort Sinterklaas. Die met die bloeddoorlopen ogen, punttanden en kwaadaardige grijns.

 

Maarten had gezegd dat hij meteen aan haar had moeten denken toen hij de adventskalender zag. Het was zo’n leuke gadget en had zo’n leuk griezelthema. Ze hield toch zo van horror? Echt een kerstcadeau voor haar.

Vol afgrijzen had ze de kalender op de keukentafel gesmeten, schreeuwend dat hij een incompetente, onattente en onnadenkende rotvent was. Ze had hem voor de voeten gesmeten dat ze speciaal voor hem in deze pokke blokhut was gaan zitten, ver weg van haar familie en zo mogelijk nog verder weg van de bewoonde wereld. Stampvoetend was ze naar de slaapkamer gegaan en huilend op het bed in slaap gevallen.

Toen Lenna wakker werd was Maarten weg. Het enige wat er lag was die stomme kalender en een briefje waarop stond: ‘Maak dat ding open. Het eerste vakje moet op eerste kerstdag om vijf uur open zijn, anders zijn de gevolgen jouw verantwoordelijkheid.”

Opstandig als ze zich voelde heeft ze de kalender in de prullenbak gemieterd. Om hem daar drie uur later toch maar weer uit te halen. De deadline is dan wel al verstreken dus gevoelsmatig heeft ze gewonnen. Ze heeft zich niet laten dwingen.

 

Lenna pakt de kalender op en bekijkt ‘m nog eens goed. Het is echt een raar ding. Waar een gewone adventskalender van die plastic bakjes voor de chocolaatjes heeft is deze helemaal vlak. Er zit wel een soort verdikking bij de deurtjes maar daar past niets in.

 

Lenna kan haar nieuwsgierigheid niet langer bedingen en maakt deurtje één open. Stomverbaasd kijkt ze naar een QR-code. Ze pakt haar telefoon en scant de code. Het blijkt een link te zijn naar een filmpje met de titel ‘stap 1’.

Wanneer het filmpje begint af te spelen schrikt Lenna zich rot. Ze ziet Maarten met een groot mes in zijn hand. Hij staat gebogen over het lichaam van Julius, het achtjarige zoontje van haar broer. Dan houdt het filmpje abrupt op.

Trillend maakt Lenna het tweede deurtje open. Weer een QR-code. Het filmpje wat hier aan gelinkt zit gaat verder waar het vorige ophield. Ze hoort Julius gillen en op de achtergrond haar schoonzusje snikken. De camera draait naar de keukenvloer en daar ziet ze haar broer liggen. Hij zit onder de bloedvlekken. Het lijkt alsof hij op meerdere plekken is gestoken. Vlak achter hem ziet ze Romy, haar nichtje liggen.

Met elk deurtje wat Lenna openmaakt wordt de nachtmerrie groter. Haar hele familie brengt eerste kerstdag door bij haar broer. Ze ziet ze één voor één voorbij komen. Sommige onder het bloed, anderen doodstil in een onnatuurlijke houding op grond, een bed of aan de eettafel. Het lijkt wel een scène uit een hele slechte horrorfilm.

 

Wanneer Lenna bij het laatste deurtje aan is gekomen komt Maarten in beeld. Hij ziet er vreselijk uit. Zijn mond is vertrokken in een grimas, zijn ogen schieten heen en weer, alles in zijn houding schreeuwt waanzinnigheid uit. Hij begint tegen de camera te praten:

“Krampus is boos op jou Lenna. Krampus wilde jou een mooi cadeau geven Lenna. Maar Lenna kon niet dankbaar zijn. Lenna wilde niet luisteren. Lenna deed niet wat ze moest doen. Dit is jouw straf Lenna. Ieder die je lief is, is voor Krampus. Dit is mijn wraak voor je ondankbaarheid.”

Dan gaat het beeld op zwart.

 

Ontsteld kijkt Lenna naar haar telefoon. Dit kan toch niet waar zijn? Heeft ze dit echt gezien? Wanhopig probeert ze de QR-codes opnieuw te scannen maar ze blijken niet meer te werken. Ze probeert haar broer te bellen maar de telefoon schakelt direct naar voicemail. Wanneer ze haar moeder belt gebeurt precies hetzelfde. Dan valt het bereik van haar telefoon weg.

 

Paniek neemt nu de overhand. Hoe kan haar bereik nou zomaar wegvallen? Het was de hele dag meer dan uitstekend. Ze had nog gegrapt dat haar provider een beter bereik had voor boerenkinkels dan voor gewone mensen.

Plots hoort ze buiten geluiden. Het klinkt alsof er iemand aan komt hinken. Iets groots. Iets wat iets zwaars meesjouwt. Een vreselijke metaalachtige stem lijkt haar te roepen. Het lijkt wel alsof die stem toebehoort aan iets wat niet op deze aarde hoort rond te lopen. Aan iets wat door waanzin is gegrepen. Als iemand die bezeten is door iets als een Krampus.

Angst neemt nu de paniek over. Lenna begint sneller en sneller te ademen. Haar hart klopt als een bezetene. Haar hoofd begint te bonzen en bonken. Ze strompelt naar de gootsteen en geeft over.

 

Precies op dat moment zwaait de keukendeur open en stormen er twee kinderen de hut binnen. “Tante Lenna, tante Lenna! Hebben we geen gave film gemaakt? En nog interactief ook!”

Ze draait zich om en kijkt recht in de lachende gezichten van haar familie die het als het ultieme kerstcadeau zagen om de horrorfan de ultieme horrorervaring te geven.