Van de week kwam mijn oudste zoon met twinkelende oogjes
binnen. “Mam!”, riep hij, “er komt misschien een Elfstedentocht!”Ik schudde een
beetje meewarig mijn hoofd. Het had net 2 nachten gevroren en het ijs op de
weilanden was nog niet eens dik genoeg om op te kunnen schaatsen. En dan
daarbij, zo bijzonder was zo’n Elfstedentocht nou ook weer niet. We hadden er
recent nog 1 gehad en daarvoor was de tocht zelfs twee opeenvolgende jaren verreden.
Pas ’s avonds drong tot mij door hoe bijzonder het eigenlijk wel was. Ik
realiseerde me namelijk dat de laatste Elfstedentocht al weer dateert van 1997,
twee jaar voor zijn geboorte. En tegelijkertijd herinner ik me 1985.
Het is begin 1985. Ik ben net 11 geworden. De winter zet
behoorlijk door dat seizoen. De vaart in ons dorp is dichtgevroren. Volgens de
schaatsliefhebbers kun je van Balkbrug helemaal naar Slagharen schaatsen.
Verder kun je niet want de Dedemsvaart is op vele plekken helaas dichtgegooid,
anders had je vanaf Hasselt tot aan Coevorden kunnen schaatsen.
Langzaam begint het te gonzen onder de mensen. Er ligt
zoveel en zo goed ijs, zal er dit jaar dan eindelijk weer eens een
Elfstedentocht worden gereden?
Onze meester is een echte schaatsfanaat. Zodra er ijs ligt
grijpt hij elke kans aan ons te laten kennismaken met schaatsen. Hij geeft geen
gym maar neemt ons mee naar de vaart. Hij organiseert wedstrijdjes op de ijsbaan.
En tijdens geschiedenis vertelt hij ons over de tocht der tochten. Hij vertelt
over de Friese steden waar de tocht langskomt, over de wateren waarover geschaatst
wordt en over Reinier Paping die de laatste heeft gewonnen. En langzamerhand
begint het bij ons ook te kriebelen. Zoiets bijzonders willen we wel een keer
zien. Laat maar komen die Elfstedentocht want dat willen we meemaken!
En enkele dagen later hoorden we de magische woorden,:”It
giet oan.” We hadden nog nooit een woord Fries gehoord maar we wisten allemaal
wat die 3 woorden betekenden. Na 22 jaar zou er weer een Elfstedentocht worden
gereden. Er zou geschiedenis worden geschreven. En wij zouden het meemaken.
Op de dag zelf moeten we gewoon naar school. Onze meester heeft
daar wel een beetje de pest over in maar krijgt het voor elkaar dat hij in de
klas een televisie mag neerzetten zodat we met eigen ogen de heldentocht kunnen
zien. Na school rennen we allemaal naar huis. Niemand gaat schaatsen, we willen
allemaal zien wie als eerste aan gaat komen in Leeuwarden. Vanaf die dag zit de
naam Evert van Benthem voorgoed in ons geheugen. En ondanks dat de tocht niet
zo heroïsch is als die uit 1963, voelen we dat we getuige zijn geweest van een
heldendaad.
Een jaar later is de koorts en opwinding een stuk minder.
Natuurlijk kriebelt er wel iets maar het heel speciale is er wel vanaf. Totdat
bij ons doordringt dat er weer geschiedenis kan worden geschreven. Rond de
aankomsttijd zitten we weer allemaal thuis voor de tv, juichend en
aanmoedigingen roepend. “Hup Evert! Toe dan, je kunt het. Winnen Evert!” Weer
voelen we ons euforisch. We zijn zo blij alsof we zelf de tocht hebben
uitgereden. We weten dat we getuige zijn geweest van iets heel bijzonders. In
deze twee jaren werd er geschiedenis geschreven en wij waren getuige. Wij
hebben het meegemaakt. Wij zijn onderdeel geworden van een historische
gebeurtenis.
Ik besef mij hoe speciaal het voor mijn zoon moet zijn om
ook een keer zoiets mee te maken. En ondanks dat ik nog geen Elfstedenkoorts
heb begint het wel licht te kriebelen. Zal het dan dit jaar eindelijk weer
gebeuren? Zullen mijn kinderen getuige mogen zijn van een historisch feit? Laat het maar gebeuren. Laat
die rayonhoofden maar bij elkaar komen en laat vooral die magische woorden
weerklinken."It giet oan!"