zaterdag 4 februari 2012

It giet oan!


Van de week kwam mijn oudste zoon met twinkelende oogjes binnen. “Mam!”, riep hij, “er komt misschien een Elfstedentocht!”Ik schudde een beetje meewarig mijn hoofd. Het had net 2 nachten gevroren en het ijs op de weilanden was nog niet eens dik genoeg om op te kunnen schaatsen. En dan daarbij, zo bijzonder was zo’n Elfstedentocht nou ook weer niet. We hadden er recent nog 1 gehad en daarvoor was de tocht zelfs twee opeenvolgende jaren verreden. Pas ’s avonds drong tot mij door hoe bijzonder het eigenlijk wel was. Ik realiseerde me namelijk dat de laatste Elfstedentocht al weer dateert van 1997, twee jaar voor zijn geboorte. En tegelijkertijd herinner ik me 1985.
Het is begin 1985. Ik ben net 11 geworden. De winter zet behoorlijk door dat seizoen. De vaart in ons dorp is dichtgevroren. Volgens de schaatsliefhebbers kun je van Balkbrug helemaal naar Slagharen schaatsen. Verder kun je niet want de Dedemsvaart is op vele plekken helaas dichtgegooid, anders had je vanaf Hasselt tot aan Coevorden kunnen schaatsen.
Langzaam begint het te gonzen onder de mensen. Er ligt zoveel en zo goed ijs, zal er dit jaar dan eindelijk weer eens een Elfstedentocht worden gereden?
Onze meester is een echte schaatsfanaat. Zodra er ijs ligt grijpt hij elke kans aan ons te laten kennismaken met schaatsen. Hij geeft geen gym maar neemt ons mee naar de vaart. Hij organiseert wedstrijdjes op de ijsbaan. En tijdens geschiedenis vertelt hij ons over de tocht der tochten. Hij vertelt over de Friese steden waar de tocht langskomt, over de wateren waarover geschaatst wordt en over Reinier Paping die de laatste heeft gewonnen. En langzamerhand begint het bij ons ook te kriebelen. Zoiets bijzonders willen we wel een keer zien. Laat maar komen die Elfstedentocht want dat willen we meemaken!
En enkele dagen later hoorden we de magische woorden,:”It giet oan.” We hadden nog nooit een woord Fries gehoord maar we wisten allemaal wat die 3 woorden betekenden. Na 22 jaar zou er weer een Elfstedentocht worden gereden. Er zou geschiedenis worden geschreven. En wij zouden het meemaken.
Op de dag zelf moeten we gewoon naar school. Onze meester heeft daar wel een beetje de pest over in maar krijgt het voor elkaar dat hij in de klas een televisie mag neerzetten zodat we met eigen ogen de heldentocht kunnen zien. Na school rennen we allemaal naar huis. Niemand gaat schaatsen, we willen allemaal zien wie als eerste aan gaat komen in Leeuwarden. Vanaf die dag zit de naam Evert van Benthem voorgoed in ons geheugen. En ondanks dat de tocht niet zo heroïsch is als die uit 1963, voelen we dat we getuige zijn geweest van een heldendaad.
Een jaar later is de koorts en opwinding een stuk minder. Natuurlijk kriebelt er wel iets maar het heel speciale is er wel vanaf. Totdat bij ons doordringt dat er weer geschiedenis kan worden geschreven. Rond de aankomsttijd zitten we weer allemaal thuis voor de tv, juichend en aanmoedigingen roepend. “Hup Evert! Toe dan, je kunt het. Winnen Evert!” Weer voelen we ons euforisch. We zijn zo blij alsof we zelf de tocht hebben uitgereden. We weten dat we getuige zijn geweest van iets heel bijzonders. In deze twee jaren werd er geschiedenis geschreven en wij waren getuige. Wij hebben het meegemaakt. Wij zijn onderdeel geworden van een historische gebeurtenis.
Ik besef mij hoe speciaal het voor mijn zoon moet zijn om ook een keer zoiets mee te maken. En ondanks dat ik nog geen Elfstedenkoorts heb begint het wel licht te kriebelen. Zal het dan dit jaar eindelijk weer gebeuren? Zullen mijn kinderen getuige mogen zijn van een historisch feit? Laat het maar gebeuren. Laat die rayonhoofden maar bij elkaar komen en laat vooral die magische woorden weerklinken."It giet oan!"

dinsdag 31 januari 2012

modern communiceren


Het was nu een jaar geleden dat hij haar bedrogen had. Hoewel het haar erg had gekwetst had ze besloten hem te vergeven. Natuurlijk omdat ze van hem hield maar vooral ook omdat ze niet wilde dat de buitenwereld wist dat haar relatie niet gezond meer was. Haar imago was beschadigd en dat kon ze niet laten gebeuren.
Ze werkte er hard aan. Zowel aan haar relatie als aan het beeld naar buiten toe. Ze boekte weekendjes weg, ze gingen lekker op vakantie en ze maakten plannen om te gaan samenwonen. En van alles deed ze verslag via twitter. Ze had haar vriend ervan doordrongen hoe belangrijk het was en hij speelde het spelletje goed mee. Het leverde de volgende tweetgesprekken op:  “Lekker samen naar Brussel. Dat wordt genieten met mijn mannetje #zinin.” “Samen met lief naar Brussel. Fijn he, moppie? #zinin.” “Ja lieffie, erg fijn. Je sokken liggen klaar op het bed.””Dankjewel moppie, zal ik jouw koffer even voor je dragen?” “Zo lief van mijn schat. Hij draagt mijn koffer voor me.””Voor jou met liefde.””Je bent een schat.”
De hele wereld mocht er van meegenieten hoe fijn ze het samen hadden. Alles wat ze samen deden bespraken ze samen op twitter. Dat moest toch wel een heel positief beeld geven van hun relatie.
De mensen die hen volgden schudden meewarig hun hoofd als ze weer eens de liefdevolle tweets over en weer zagen gaan. Ze verbaasden zich allang niet meer over hun twitterrelatie, maar het gros vroeg zich af of het niet verstandiger was om gewoon tegen elkaar te zeggen hoe fijn je het samen hebt als je samen in een ruimte bent. Of je niet beter lieve woordjes tegen elkaar kunt zeggen tijdens een romantisch etentje in plaats van te twitteren. Of woorden niet veel meer impact hadden als je ze gewoon uitsprak terwijl je de ander aankeek. Het gros dacht dat de relatie ten dode was opgeschreven.

woensdag 25 januari 2012

Wie het laatst lacht


Het was verdorie al de tweede keer dat hij haar ontsloeg. En weer met hetzelfde argument. Het ging economisch allemaal wat minder, de klanten lieten het afweten, de personeelskosten werden te hoog en zij werkte er het kortst. “Ja lummel,” dacht ze, “en als je me de eerste keer niet ontslagen had werkte ik er langer dan die 2 jonge grietjes bij elkaar opgeteld!”
Ze was kwaad. Kwaad dat hij haar niet rechtstreeks durfde te zeggen wat de echte reden was. Z paste niet in het concept van de franchiseketen waar haar baas zich in wilde inkopen. Ze was geen jonge huppelkut, die hip en trendy was. Ze was een raskapster met jarenlange ervaring maar dat telde niet meer mee. Ze was duur, oud en dus overbodige ballast.
Zelf wist ze wel beter. Hij onderschatte haar. Ze was een geboren kapster. Al heel jong had ze geweten dat, dat was wat ze de rest van haar leven wilde doen. Ze had het vak op de ouderwetse manier geleerd. Gewoon als leerling in een kapsalon begonnen. Vegen, koffie schenken, permanentrollers wikkelen en heel vaak aan de slag op de oefenkoppen. En dan heel voorzichtig de eerste knippen op een echt mens, met een ervaren kapper achter je die mee keek, aanwijzingen gaf en je door de hele klus heen loodste. Die meiden die tegenwoordig van die zogenaamde kappersschool kwamen wisten amper hoe je een schaar moest vasthouden, als ze een braam hadden wisten ze niet wat ze eraan moesten doen, voor een permanent zetten voelden ze zich te goed en schoonmaken was ze helemaal te min. Nee, hij begin een grote fout en dat had hij kunnen weten.
Iets meer dan een jaar geleden was ze begonnen aan het inrichten van de schuur. Ze wilde een plek hebben waar ze haar thuisklanten kon ontvangen. Ze had vanuit haar eerste jaren een aantal vaste klanten en Die waren haar al die jaren trouw gebleven. Haar baas had dit allemaal geweten want ze had er nooit een geheim van gemaakt dat ze deze mensen thuis knipte en dat dat niet altijd even handig was ze te kleuren en knippen in haar keuken. De verbouwing vorderde gestaag, misschien was het wel tijd het allemaal wat officiëler te maken. Ze diende de verschillende vergunnigsaanvragen in en schreef zich in bij de kamer van koophandel. Allemaal openbaar, want ze hield er niet van dingen stiekem te doen.
Toen haar baas haar 4 maanden geleden vertelde dat haar diensten niet langer nodig werden had ze hem nog gewaarschuwd. “Denk eraan dat klanten zich eerst aan een persoon verbinden en dan pas aan een bedrijf,”had ze gezegd. Hij had schamper gelachen en haar veel succes gewenst. En succes had ze.
Dat ze ontslagen werd was al snel bekend. Mensen die een nieuwe afspraak wilden maken konden dat niet meer bij haar doen. Als ze vroegen waarom zij hen niet kon knippen gaf ze de reden op die haar baas haar had gegeven, er moest iemand uit en de keus was op haar gevallen. De meeste van haar klanten wilden weten waar ze nu ging werken en dan vertelde ze over haar schuur, dat ze daar zelf aan de slag zou gaan en dat ze ook bereid was mensen thuis te gaan knippen. Al binnen een paar weken was het raak. Een vader van een samengesteld gezin belde haar of ze alle 6 kinderen wilde komen knippen. Vlak daarna belde een klant of ze thuis ook haarextensions zette. En weer vlak daarna belde er iemand voor een verfbeurtje. Het was overdreven om te zeggen dat de telefoon roodgloeiend stond maar het grootste deel van haar klantenbestand in de kapsalon belde binnen 8 weken voor een afspraak. De reden die ze opgaven? Vertrouwen en vakmanschap.
Ze kreeg bevestigd wat ze altijd al had geweten. Ze was een kapster, ze is een kapster en ze zal altijd kapster blijven.