dinsdag 9 oktober 2012

De perfecte gitaar


Met zijn gitaarkoffer stevig vastgeklemd stapte hij de volle bus in. Er waren nog wat zitplaatsen vrij maar bij elk daarvan zou hij de koffer op de grond moeten zetten. Hij besloot dat hij dan liever bleef staan. Het was maar een klein stukje naar de concerthal.
Hij zag hoe een aantal passagiers steels naar hem keek en onderling smoesde. Ach, hij werd herkend. Hij haalde zijn schouders op. Leuk vond hij dat al lang niet meer, maar hij was het punt waarop hij het vervelend vond een tijd geleden al gepasseerd. Het was zoals het was.

Hij herinnerde zich de begintijd nog heel goed. Het was hard werken geweest en toch dacht hij er nog vaak weemoedig aan terug. Dat waren de gouden tijden van vriendschap geweest. Ze deelden allemaal dezelfde droom. Zij vieren zouden het gaan maken. Elke dag in een oude VW-bus stappen en naar een of ander gehucht rijden om daar op te treden voor een paar honderd euro. Het slijmen bij de radiodeejees om hun singeltje gedraaid te krijgen. De euforie die ze voelden toen ze hun eerste platencontract tekenden, de teleurstelling dat dit niet de gehoopte doorbraak betekende.
Met het floppen van het album veranderde er iets in de sfeer van de band. Niet langer draaide alles om het maken van de muziek die ze wilden, maar om het maken van een album wat het grote publiek aan zou spreken. En de grote vraag was iedere keer weer, wat hadden hun nummers nodig om dat te bereiken? Zelf probeerde hij zich afzijdig te houden bij de analyses. Hij wist maar al te goed wat er miste. De nummers hadden sterke riffs nodig en fantasievolle gitaarsolo’s maar hij zou wel gek zijn ze daar op te wijzen. Want hoewel hij een zeer goede gitarist was, hij speelde alles na wat hij hoorde en zette een ijzersterke slaggitaar neer. Het ontbrak hem aan creativiteit en fantasie.
Uiteindelijk was het onvermijdbaar dat de rest van de band tot dezelfde conclusie zou komen. En op een dag voelde hij het toen hij de oefenruimte binnenkwam. Het kwartje was gevallen. Nu zou alles over zijn. Ze zouden hem inwisselen voor een andere gitarist.
Gelukkig was hun vriendschap zo hecht als hij altijd gedacht had en werd er voorgesteld een sologitarist te zoeken. En al snel hadden ze Rickie gevonden.

Rickie was eigenlijk alles wat zij niet waren. Rickie was jong. Rickie zag er goed uit. Rickie wilde de wereld aan zijn voeten. En Rickie was een genie op de snaren. De riffs die hij bedacht waren bij hun ontstaan al legendarisch. Zijn solo’s waren als hijzelf. Creatief, fantasievol, vurig en vol bezieling. Rickie was het beste wat de band kon overkomen.
Rickie bleek ook een podiumbeest te zijn. Al snel werden hun optredens drukker bezocht en kwam er interesse vanuit het echte clubcircuit. Ze mochten spelen in Hedon. Ze werden geboekt in 013 en De Lantaarn. Ze telden nu echt mee.
Het kon eigenlijk niet uitblijven, ze werden uitgenodigd om te spelen op Eurosonic. En daar had hij kennisgemaakt met de nare kant van Rickie. Daar was Rickie op zijn hart gaan staan en had het grondig vertrapt. Het moment dat hij Rickie zijn reserve-gitaar uit de standaard zag pakken en het publiek ingooien ging er iets in hem dood. Zijn reservegitaar, de gitaar die hij al bespeelde toen hij nog in Top 40-bands schnabbelde. De gitaar waarop hij al twintig jaar nummers instudeerde. De gitaar waarvoor hij alles opzij had gezet om hem te kunnen kopen. En deze gitaar werd door dat stuk tuig als de eerste de beste goedkope Japanse ragbak het publiek ingeslingerd!Het had wat moeite gekost maar hij had zijn gitaar teruggevonden. Alles was kapot. Het enige wat de onderdelen nog bij elkaar hield waren de snaren.

De bus was bij de concerthal aangekomen. Terwijl de menigte uitstapte zag hij in grote letters de naam van hun band oplichten. Hij stapte uit en wurmde zich door de massa naar de artiesteningang. De rest van de band was al aan het soundchecken. Rickie stond zich al uit te sloven. Snel liep hij naar het podium. Hij zette zijn gitaarkoffer op de grond en knipte hem open. Daar lag zijn gitaar, de stukken nog steeds enkel verbonden door de snaren. Voorzichtig tilde hij de delen uit de koffer. Hij zuchtte nog een keer van verdriet, haalde diep adem en maakte toen een mooie zwaai. En met een laatste akkoord draaiden de snaren zich om Rickies nek.

zondag 1 juli 2012

Diepgrijs


Dit is het verhaal wat het niet is geworden. Ik kreeg geen slechte kritieken maar weet zelf ook dat het andere beter zou passen in een bundel. Dit verhaal is geheel ontsproten aan mijn fantasie, hooguit gekleurd met wat eigen emoties. 

 Mijn vriendin zit aan de andere kant van de tafel en kijkt me aan. Ik weet dat de opmerking die ze net maakte meer was bedoeld als een vraag maar ik kan haar niet direct antwoord geven. In mij vechten verdriet, angst, wantrouwen en verslagenheid om voorrang. Maar ondanks deze emoties dwing ik mezelf haar aan te kijken en antwoord te geven. Met dikke stem zeg ik:”Ja, ik was heel eenzaam.” Ik vraag me af of ze weet wat voor gevecht ik heb moeten leveren om haar dit te kunnen zeggen. Hoe ik tegen mezelf heb moeten knokken om in alle eerlijkheid antwoord te kunnen geven. Na mijn oprechtheid durf ik haar niet meer aan te kijken. Ik ben opgelucht als haar man de kamer binnen komt lopen en het gesprek terugkeert naar koetjes en kalfjes.
Een uurtje later ben ik weer thuis. Ik val meteen terug in mijn rol van moeder en huisvrouw. Mijn dochter wil me iets vragen, de was ligt op me te wachten en er moet weer eten gekookt worden. Maar hoewel de dagelijkse beslommeringen mijn aandacht weer opeisen laat het gesprek me niet los. Waarom voel ik toch zoveel weerstand om echt openhartig te praten over die zware periode? Waarom kan ik mensen niet meer het vertrouwen geven wat de meesten verdienen? Zelf weet ik dat ik niet altijd zo ben geweest. Ik herinner het me, ik zie het terug in de naïeve openhartigheid van mijn kind. Heeft het diepgrijze mij dan zo veranderd?
Het diepgrijze. Sommige mensen zouden het zwarte bladzijden noemen maar voor mij was die periode niet zwart. Hoe donker het ook was er waren altijd dingen geweest die mijn dagen lichter hadden gekleurd. Ondanks de goede kanten is het toch een periode in mijn leven waar ik liever niet aan terug denk. Maar ik weet dat daar de oorzaak ligt. Als ik het wantrouwen en de angst wil leren beheersen ontkom ik er niet aan juist deze periode met mensen te delen. Ik neem een besluit. Of het wijs is of juist heel dom weet ik niet maar ik ga mijn verhaal opschrijven.
Ik ga achter de pc zitten en open een nieuw document. Het grote witte vlak beangstigt me. Het lijkt me te vragen of dit is wat ik echt wil. Of ik weet waar ik aan begin. Of ik het wel kan. Of ik het wel durf. Vastberaden leg ik mijn vingers op de toetsen en begin te typen. Het gaat moeizaam. De zinnen die ik in mijn hoofd heb moeten zich een weg banen door een mijnenveld van negatieve emoties. De woorden die ik nodig heb om de zinnen te vormen zitten verscholen in een dikke mist van verstikkend verdriet. Meerdere keren geef ik de moed op en sluit het document af. “Wilt u de wijzigingen in het document opslaan?” vraagt de pc iedere keer haast treiterend en hoewel elke vezel in mijn lijf zich verzet druk ik op “ja”. Even later open ik het document weer, lees het terug en snap zelf nauwelijks wat ik vlak hiervoor heb geschreven. Steeds weer dwing ik mezelf dit te doen. Het zwijgen heeft lang genoeg geduurd. Ik wil de gracht die ik om mezelf heen gegraven heb dempen. Ik wil een bres in mijn muur slaan. Ik wil het diepgrijze inzichtelijk maken
Mijn verhaal begint bij mijn zwangerschap. Al van kinds af wist ik dat ik moeder wilde worden. Toen ik zwanger bleek te zijn was ik dan ook zielsgelukkig. We gingen een kindje krijgen! Maar al na een paar weken voelde ik me helemaal niet meer zo gelukkig. Volgens de mensen waar ik erover sprak was dat heel normaal. Volgens de een had iedereen angsten tijdens een zwangerschap. Volgens een ander was het opzien tegen de bevalling. En volgens weer iemand anders ging dat vanzelf wel over als ik mijn kindje in mijn armen hield. Ik keek dan ook met smart uit naar de bevalling. Toen mijn kindje op de uitgerekende datum nog geen aanstalten maakte om geboren te worden raakte ik zo overstuur en in paniek dat er werd besloten de bevalling in te leiden. Het was geen prettige bevalling. Alles wat er volgens de boekjes zou kunnen gebeuren, gebeurde ook en de pijn was ondraaglijk. Wat was ik gelukkig toen er een gynaecoloog langskwam die medelijden had en me pijnstilling gaf. Er zat amper 2 uur tussen het aanbrengen van het infuus en de geboorte van onze dochter. Ik weet nog hoe ik naar haar lag te kijken, wetende dat ik blij moest zijn met een gezonde dochter maar alleen maar dacht: “Mijn God, wat ben ik blij dat het eruit is.”
Een paar dagen kraambed houden deed me goed. Ik begon zelfs te geloven dat alle nare, zwarte gedachten als sneeuw voor de zon waren verdwenen. Ik was erg blij met ons meisje en barstte van trots als er kraamvisite kwam om haar te bewonderen. Ja, ik dacht gelukkig te zijn. Toen ging de kraamhulp weg.
De eerste dagen na haar vertrek gingen nog redelijk. Ik had wat moeite met het vinden van een prettig ritme en was ’s avonds als manlief thuis kwam dan ook doodop. Volgens mensen die al moeder waren was het een heel normaal verschijnsel. Je moet nog zoveel dingen verwerken, je moet je zelfvertrouwen nog opbouwen, je moet gewoon nog een manier vinden om je leven in te richten. Helaas wilden al deze dingen niet erg vlotten. Ik begon me wat neerslachtiger te voelen en twijfelde aan alles wat ik deed. Gelukkig hadden we een voorbeeldig dochtertje dat geen moeilijke baby bleek te zijn. Ze huilde maar af en toe eventjes. Dat huilen ging mij door merg en been. Ik kon het niet aanhoren. Dus zodra ons meisje ook maar aanstalten maakte om te gaan huilen deed ik al het mogelijke het te stoppen. Ik voedde haar, verschoonde luiers, masseerde haar buikje, alles om maar te zorgen dat ze niet ging huilen. Wist ik veel dat een baby daar overprikkeld van kon raken. Ik had nog nooit eerder een kindje gehad. Hoe harder ik probeerde haar niet te laten gaan huilen, hoe meer zij juist ging huilen. Het ging van kwaad tot erger. We zaten vast in een vicieuze cirkel.
Ik vroeg voorzichtig om hulp, maar weer vertelde iedereen mij dat het vanzelf beter zou gaan. Als ik maar eenmaal mijn draai had gevonden zou ik me vanzelf weer beter gaan voelen. Ik begon te denken dat het aan mij lag. Ik deed het vast helemaal fout. Ik was vast een heel slechte moeder die haar kind niet kon geven wat ze nodig had. Ik moest wel een slecht persoon zijn als ik mijn kind niet kon troosten. Ik kon de afkeuring in de mensen om ons heen gewoon voelen. Ik wist dat ze hetzelfde dachten als ik. Ik was zwak, ik kon het moederschap niet aan, ik kon dat kind maar niet laten ophouden met huilen dus er moest wel iets mis met me zijn. Tot de dag dat ik mijn dochtertje oppakte van het aankleedkussen en zij weer aanstalten maakte te gaan huilen. Ik weet nog dat ik dacht: : Als ik je nu loslaat val je zo hard dat je niet meer kunt huilen.”Ik schrok me kapot. Dacht ik dit echt? Ik legde het meisje in haar bed, greep de telefoon, belde mijn man dat hij direct thuis moest komen en zakte op de grond in elkaar. Ik kon alleen nog maar huilen en gillen. Ik had erover gedacht mijn kindje dood te maken. Ik had het serieus bedacht. Ik was een brok ellende.
Dezelfde dag nog werd ik opgenomen op de PAAZ-afdeling van het ziekenhuis. Een postpartumpsychose was de diagnose. Ik kreeg medicatie die een sluier legde over mijn gevoelens. Och, wat was ik blij. Eindelijk kreeg ik rust. Voor het eerst sinds de bevalling kon ik rustig slapen. En dat deed ik dan ook. Een week lang deed ik bijna niets anders. Toen begon het gemis van mijn dochter aan me te vreten. Ik kreeg te horen dat dat een goed teken was. Ik was begonnen met herstellen.
Na een periode die wel een eeuwigheid leek te duren mocht ik naar huis. Ik kreeg hulp thuis en kreeg wekelijks een maatschappelijk werkster op bezoek. Langzamerhand begon ik me meer en meer als mezelf te voelen. De diepgrijze gevoelens van de depressie verdwenen naar de achtergrond en na enkele maanden werd ik genezen verklaard. Mijn leven had weer vorm en inhoud gekregen. Maar nu, na al die jaren weet ik dat de depressie nooit helemaal is verdwenen. Hij is me blijven achtervolgen als een diepgrijze wolk van negativiteit die wacht op mijn zwakke momenten om weer te naderen en toe te slaan.
Ik heb mijn verhaal geschreven en besloten het voor te lezen aan de mensen die mij dierbaar zijn. De meesten weten dat ik een postnatale depressie heb gehad, maar geen van allen kennen ze het echte verhaal. Geen van allen weet in wat voor slecht persoon deze depressie mij heeft verandert. Niemand weet hoe bang ik ben dat de diepgrijze wolk me weer bij de kladden krijgt. Het is tijd mijn grootste angst aan te gaan en het oordeel over mij uit handen te geven. Veroordelen kunnen ze me toch niet meer. Dat heb ik zelf 10 jaar terug al gedaan. Ik schraap mijn keel en begin te lezen. Ik lees zonder op te kijken. Ik wil me niet laten afleiden. Na de laatste zin pak ik een aansteker en verbrand de brief. Terwijl het papier tot as vergaat voel ik de last die al die jaren op mijn schouders lag lichter worden. Ik voel me gesterkt en voordat ik opkijk weet ik dat het niet meer uitmaakt wat de anderen van mijn verhaal vinden. Na tien jaar heb ik eindelijk mezelf vergeven.



vrijdag 20 april 2012

Voorwaardelijke liefde


Ze rekte zich nog eens uit in het warme badwater. Terwijl ze dat deed kwam er opnieuw een geurvlaag van haar luxueuze badolie vrij. Genietend snoof ze de rijke geur op. Ondanks dat ze al ruim een uur in bad lag had ze net opnieuw de warm waterkraan opengedraaid om nog wat langer te kunnen genieten van de koestering van het behaaglijke water. Ze voelde zich de koning te rijk met haar eigen bad. Haar eigen bad in haar eigen badkamer, in haar eigen appartementje. Haar moeder had het maar niks gevonden, dat bad. In haar ogen was dat alleen maar verspilling van tijd en water. Schoon worden kon je ook onder de douche. Snel schudde ze het onbehaaglijke gevoel van zich af wat haar bekroop toen ze aan haar moeder´s reactie op de luxe badkamer moest denken. Ondanks dat ze 150 kilometer verderop zat, voelde ze nog de afkeuring die haar moeder van luxe had. Als ze ergens niet aan wilde denken was het wel aan haar dominante moeder en haar Spartaanse opvattingen.
Een dik uur later stapte ze loom en uitermate voldaan uit het bad. Ze droogde zich zorgvuldig af en smeerde zich in met een heerlijk ruikende bodylotion. Dit was voor haar de perfecte afsluiter van een heerlijk ontspanningsmoment. Nog even nagenieten en dan zo lekker vroeg haar bed in. Plots realiseerde ze zich dat ze vergeten was de gordijnen van haar slaapkamer te sluiten. In gedachten hoorde ze de stem van haar moeder: “Je hebt hier wel veel inkijk. Je moet dus altijd je gordijnen dicht doen voor je je uitkleedt want anders heb je in deze buurt zo een gluurder of stalker te pakken.” Enigszins beschaamd wikkelde ze zich in het badlaken en maakte zich op voor het zo ongezien mogelijk binnen schuifelen van haar slaapkamer. Toen ze de deur open deed bleef ze verbaasd staan. De gordijnen waren wel dicht. Wat raar, ze wist toch bijna zeker dat ze ze open had gelaten.
Terwijl ze nog beetje verward naar de gordijnen keek, ging haar telefoon. In gedachten nam ze op en zei haar naam. Aan de andere kant van de lijn was het stil. Nou ja, niet helemaal. In de verte klonk muziek. Ze kon het niet heel goed horen maar ze meende de klanken van ‘every breathe you take’ haar moeder’s favoriete nummer te horen. Geërgerd verbrak ze de verbinding. Nu stond ze alweer aan haar moeder te denken. Daar had ze helemaal geen zin in. Haar leven lang werd haar doen en laten al gedicteerd door haar moeder. Jarenlang had ze geprobeerd volgens haar regels en opvattingen te leven maar ze had nooit aan de strenge criteria van haar moeder kunnen voldoen. En nu wilde ze het niet meer. Ze wilde vrij zijn. Ze wilde een eigen leven gaan opbouwen, een leven wat voldeed aan haar eigen criteria. Een leven waar ze zichzelf goed bij voelde. Dit appartement 150 kilometer bij haar moeder vandaan had het begin moeten zijn van dat nieuwe leven, maar tot nu toe echode in alles de stem en opvoeding van haar moeder. Het afschudden van haar rigide opvattingen bleek zwaarder dan ze had gedacht.
Ze zuchtte eens diep. Dit was precies waar haar therapeut haar voor had gewaarschuwd. Ze moest niet alleen fysiek loskomen van haar moeder, maar vooral ook emotioneel. En dat had tijd nodig. Tijd waarin ze zelfvertrouwen moest ontwikkelen en een goed gevoel over zichzelf. Ze was op de goede weg, maar die paar seconden luisteren naar The Police had haar een flink eind teruggebracht op haar pad. Het enige wat ze nu kon doen was het gewoon aanvaarden en morgen weer nieuwe stappen zetten.
Een aantal dagen werd ze wakker van haar wekkerradio. Alweer dat nummer van The Police! Gek werd ze ervan. Het leek wel alsof dat nummer continu werd gespeeld als zij in de buurt was. Nou ja, hoogste tijd om uit bed te gaan. Nog enigszins slaapdronken liep ze naar de keuken. Ze zette de waterkoker aan en deed een keukenkastje open om haar grote mok en een theezakje te pakken. Maar ze greep mis. Verbouwereerd keek ze in het kastje. Nee, er stond echt geen theemok. Enkel thee, koffie en suiker. Ongelovig staarde ze enkele momenten naar de keurig gerangschikte voorraadbussen. Had zij die daar neergezet? Ze kon zich niet eens herinneren dat ze die voorraadbussen uit de verhuisdozen had gehaald. Ze waren een cadeautje van haar moeder en zoals gewoonlijk net niet haar smaak. En nu stonden ze keurig in het gelid in het keukenkastje waar zij dacht haar theemok en doosje thee te vinden. Ze trok een ander keukenkastje open en zag daar haar mok staan, netjes naast de andere theeglazen, onder de plank met koffiekopjes. Ze schudde haar hoofd om haar verwarring af te weren. Ze wist dat de kastjes nu ingedeeld waren zoals haar moeder vanaf het begin had gezegd dat ze ze zou moeten inrichten. Maar ze had halsstarrig geweigerd. Dit was haar keuken en als zij haar theemok naast de thee wilde bewaren zodat ze ze in 1 handeling kon pakken, was dat haar goed recht. Ze was zelf erg trots geweest dat ze haar poot stijf had gehouden en nu stond het toch allemaal anders. Zou ze slaapwandelen of zo?
Er gebeurden de dagen erna meer dingen waardoor ze aan zichzelf begon te twijfelen. Zo hing er na het douchen plotseling een kamerjas aan de badkamerdeur. Haar post lag netjes gesorteerd op de haltafel. Er stonden dingen in de koelkast waarvan ze niet wist dat ze ze had gekocht.Toen ze een keer had overgewerkt werd er 5 minuten nadat ze binnen was aangebeld door een pizzabezorger die haar haar favoriete pizza kwam brengen.
En overal waar ze kwam hoorde ze dat ondertussen vervloekte nummer van The Police. Als ze ’s morgens wakker werd zong Sting haar pesterig toe.”Every breathe you take” Treiterend klonk het “Every move you make” door de badkamer als ze zich stond te douchen. Als ze haar telefoon opnam hoorde ze “every bond you break, every step you take, I’ll be watching you.” Het was al nooit haar favoriete nummer geweest, maar ze had er nu een regelrechte hekel aan gekregen.Het benauwde haar. De woorden werden haar waarheid. Er was iemand die haar continu in de gaten hield.
Er kwamen mailtjes binnen op haar werk. Mailtjes met rare teksten. Ze weet nog precies wat er in de eerste stond:”Het is moeilijk om van je te houden als ik niet voor je mag zorgen.” Ze had het mailtje direct verwijderd. Maar dat maakte niet uit want nog geen uur later was het volgende er. “Ik wil van je houden. Waarom houd je mij bij je weg?” Maar toen ze het aan een collega wilde laten lezen was het mailtje nergens meer te vinden. Ze kreeg ook sms-jes met dezelfde soort teksten, maar ook deze waren verdwenen als ze ze terug zocht. Ze begon aan zichzelf te twijfelen. Beeldde ze het zich allemaal alleen maar in? Was ze geestelijk wel helemaal in orde? Ze merkte dat ook haar therapeut aan haar verhaal begon te twijfelen. Haar therapeut dacht eerst dat het spanningen rond de relatie met haar moeder waren, maar hoe langer het voortduurde hoe bezorgder hij ging kijken als ze vertelde over de rare dingen die ze meemaakte en dat ze steeds maar weer dat verrekte liedje hoorde.
Toen kwam de genadeslag. Ze was in gesprek met haar therapeut toen ze een sms-je binnen kreeg met de woorden “Het zal nu niet lang meer duren. Snel mag ik weer voor je zorgen en van je houden” Helemaal hysterisch schreeuwde ze:”Zie je wel! Ik ben niet gek. Ik spreek de waarheid. Hier, hier!!! Nu kon je het zelf zien.” Ze duwde hem haar telefoon onder de neus in zakte in elkaar. Gebroken was ze. Maar nu de therapeut het sms-je zag zou het allemaal goed komen. Ze voelde hoe haar therapeut een arm om haar heen sloeg , iets mompelen over paranoïde schizofrenie en daarna werd alles donker en stil.
Toen ze weer wakker werd voelde ze een arm om zich heen en zag ze dat er een spuit in haar arm werd gestoken. Vlak voor ze weggleed in een slaap waaruit ze nooit meer wakker zou worden hoorde ze haar moeder’s stem fluisteren. “Het is goed meisje. Ik heb je toch altijd gezegd dat je van mij bent, dat alleen ik van je kan houden en voor je kan zorgen. Nu zal alles goed komen. Nooit weer zal je mij verlaten.”