dinsdag 14 februari 2012

moeten willen


Als dingen anders gaan dan ze moeten
Als dingen anders moeten dan je wilt
Moet je dan andere dingen willen
Of moet je willen dat het anders gaat
Is er dan een kunstje
Dat het willen ongevraagd
Het moeten over kan laten
Aan poepen en dood

maandag 13 februari 2012

verplicht wandelen


Elke dag weer wordt ze meerdere keren meegenomen voor een wandeling. Ze heeft er al lang geen plezier in maar dat maakt niemand wat uit. Ze moet mee. Ze zijn onverbiddelijk. Ze trekken zich niets aan van haar ontwijkende gedrag of haar regelrechte protesten. Het maakt ze niet uit dat ze stijf loopt van de artrose, als ze niet vanzelf mee gaat wordt ze gedwongen. En dat alles omdat ze het zo goed voor haar vinden om te blijven bewegen.
Ze begint al aardig op leeftijd te raken en is niet meer de kwiekste. Niet alleen de artrose speelt haar parten, haar zicht is heel slecht geworden en haar gehoor functioneert ook niet meer zoals het ooit gedaan heeft. En waar ze vooral last van heeft is van dat vrolijke gedoe. Daar wordt ze op slag chagrijnig van. Helaas gaat er ook altijd een jongeman mee wandelen. Zo eentje die de wereld nog als een grote speeltuin ziet. Je kunt haar bijna niet chagrijniger krijgen. En toch krijgt hij het steeds weer voor elkaar met zijn onvolwassen en puberale gedrag. Hij gaat haar namelijk uitdagen tot spelletjes. Waarom snapt hij nou niet dat ze daar helemaal geen zin meer in heeft. Laat haar gewoon lekker sjokken en laat haar vooral met rust!
De mensen die haar meenemen weten wel hoe ze er over denkt en proberen al dat speelse jonge spul op afstand van haar te houden, maar geregeld moeten ze zich ook verontschuldigen voor haar norse, snauwerige gedrag. Pfff, het zal haar aan de rug roesten. Zij dwingen haar om mee te gaan dan moeten ze ook maar de gevolgen dragen. Hadden ze haar maar gewoon lekker thuis bij de verwarming moeten laten.
Volgens sommige mensen kon ze nog heel wat jaartjes mee, volgens zichzelf is ze hoogbejaard. Over 6 weken wordt ze 14 jaar oud. Kira zucht nog maar eens, zet haar allerzieligste gezicht op en sjokt maar weer achter het baasje aan. Ze blijkt weer eens geen keus te hebben.

Onrust


Langzaam begon de rusteloosheid weer op te zetten. Het begon altijd hetzelfde. Ze kreeg de onbedwingbare neiging haar tenen te bewegen. Zoals altijd verzette zij zich er tegen maar ze wist dat het een verloren strijd was. Hoe hard ze het ook probeerde, binnen enkele ogenblikken zou ze haar tenen laten wiebelen. Ze besloot het maar gewoon te laten gebeuren en concentreerde zich op haar ademhaling. Meestal hielp dat haar de onrust nog een poosje alleen in haar tenen te houden, maar uiteindelijk zouden haar gedachten gaan afdwalen naar allerlei kleinigheidjes. De handdoek waarop ze lag had een kreukeltje precies tussen haar schouderbladen, er liep een zweetdruppeltje heel irritant langs haar haargrens of ze had een kriebeltje wat maar niet op wilde houden. Dat was voor haar het teken overeind te komen en zich op te maken voor haar vertrek. Ze pakte zo rustig mogelijk haar spullen bij elkaar, gaf haar vriendin een seintje en liep de deur door naar buiten.
Het miezerde zachtjes. Ze legde haar spullen op een droog plekje en liep de ruime tuin in. Het voelde alsof moeder natuur haar een neveldouche gaf en de zachte druppeltjes lieten de damp van haar verhitte lichaam afslaan. Ze rekte zich helemaal uit. Wat vond ze het toch heerlijk om naakt in de regen te staan als ze net uit de sauna kwam. Ze moest om zichzelf lachen, je moest wel echt uit de Hollandse klei getrokken zijn om te kunnen genieten van motregen.
Toen ze begon te huiveren trok ze haar badjas aan. Ze nestelde zich op een bankje dat onder een afdakje stond en pakte uit automatisme haar boek. Ze had nog wel een kwartiertje voordat haar vriendin uit de sauna kwam. Die hield het met gemak 30 minuten uit. Soms was ze daar jaloers op. Haar vriendin kon zich volledig overgeven aan de warmte en ontspanning. Waarom lukte haar dat toch niet? Lange tijd had ze gedacht dat ze last kreeg van de hitte maar tijdens een opgieting werd haar duidelijk dat dit niet het geval was. Ze kon heel goed tegen de hitte. Ze kon er zelfs erg van genieten. Haar lijf werd niet onrustig omdat het niet kon omgaan met de warmte, het kon niet tegen het volledige niets doen. Na 10 minuten begon ze zich gewoon te vervelen!
Wat was dat toch met die onrust van haar? Al zolang ze zich kon herinneren nestelde er onrust in haar lijf. Al als kind had ze de onbedwingbare behoefte iets van haar lichaam in beweging te zetten. Als ze op een hoge stoel zat, bungelde ze met haar benen. Als ze in de klas zat, zat ze met haar pen te friemelen. Wondjes deden er weken over om te genezen omdat ze altijd de korstjes eraf pulkte. De enige manier om het bewegen in toom te houden was praten, heel veel praten.
Niet alleen haar lichaam had die constante onrust, ook haar brein was altijd in beweging. Ze probeerde haar gedachtengang wel eens in kaart te brengen maar dat was erg lastig. Ze had namelijk altijd meerdere gedachtenstromen. Er was de gerichte gedachtenstroom die zich bezighield met waar ze mee bezig was. Er was een gedachtenstroom die de eerste gedachtestroom observeerde, registreerde en aanstuurde. Dan was er nog een gedachtenstroom die naar van alles en nog wat afdwaalde. En daaronder zat nog weer een gedachtenstroom die probeerde de drie eerdere gedachtenstromen gescheiden te houden. En dat waren dan alleen de stromingen waar ze zich van bewust was. Als ze er aan dacht dat er dan ook nog een onbewuste gedachtenstroom was kwam ze uit op 5 gedachtenstromen tegelijkertijd. Kortom, het was in haar hoofd altijd een geordende chaos.
Ze zag haar vriendin de sauna uitkomen. Nadat deze een verkwikkende koude douche had genomen,  kwam ze naast haar zitten. Haar vriendin rekte zich uit en zei:”Wat is zo’n lavendelsauna toch heerlijk ontspannend hè.” Ze moest hardop lachen. Toen haar vriendin haar vragend aankeek, vertelde ze waar ze net aan had zitten denken. “en weet je,”zei ze, “zo zijn er wel meer dingen die bij mij net een beetje anders werken. Ik word juist altijd helemaal actief van de geur van lavendel. Als ik wil ontspannen gebruik ik altijd de geur van rozemarijn, een geur die er om bekend staat mensen te activeren.”
En plots sloeg het inzicht in als de bliksem. Net als bij haar kinderen brachten haar hersenen boodschappen anders over dan in zogenaamde normale hersenen. De onrust in haar lijf was dus niet iets wat ze over zichzelf afriep doordat ze het te druk had, zich te veel zorgen maakte of niet genoeg ontspande, het was een onderdeel van haar. En nu het besef er was dat het geen kwestie was van fout of goed, kon ze gaan beginnen aan het moeilijkste stukje, de acceptatie dat de onrust altijd een deel van haar leven zou zijn.