woensdag 25 december 2019

Licht in de duisternis


Ergens op zolder, in een van de meest onbereikbare hoekjes, staat een stapel dozen. In een van deze dozen lig ik. Nou ja, de onderdelen die mij vormen zitten in die doos. Een standaard, een stam en heel veel takken. Allemaal van metaal en kunststof. Samen vormen deze stukjes metaal en kunststof een kunstkerstboom. Mij dus.


Al bijna twintig jaar sta ik in de kerstperiode te pronken in de woonkamer van dezelfde mensen, mijn eigenaren. Mijn lampjes verlichten al jaren de donkere tijden. Ik kan me mijn eerste jaar nog herinneren alsof het gisteren was.

Er schalde vrolijke kerstmuziek door de speakers. De jonge mensen lachten, dansten en  straalden. Ze waren jong, verliefd, gelukkig en zouden snel hun eerste kindje verwelkomen. Misschien wel met kerstmis. Er stond al een klein wiegje aan mijn voet voor het geval dat.

De dag voor kerst was hectisch. Er hing spanning en opwinding in de lucht. Het leek er erg op dat er inderdaad een kindje geboren ging worden. In de avond ging het stel puffend en steunend de deur uit.
Ze bleven lang weg. Wel meerdere dagen en nachten. Toen ze thuis kwamen namen ze enkel intense stilte en veel verdriet mee. Mijn lichtjes werden uitgedaan. Het wiegje bleef leeg.


Nog maandenlang heb ik in de huiskamer gestaan. Weet je dat dat er intens verdrietig uitziet, een onverlichte kerstboom in mei? Zo zag ik er niet alleen uit. Zo voelde ik me ook. Niet op mijn plaats met mijn glitters en goud.

Eind mei besloot het stel eindelijk om me af te tuigen en op te ruimen. Met veel tranen en verdriet verdween langzamerhand alle pracht en praal in de dozen. Ik werd terug gebracht tot mijn essentie van metaal en kunststof en samen met het wiegje op zolder gezet.


Ik was blij verrast toen we begin december weer van zolder werden gehaald. Na al dat verdriet had ik eigenlijk verwacht nog heel lang op zolder te staan. Maar hoewel de sfeer niet zo uitbundig was als het eerste jaar hing er wel weer hoop op geluk in de woonkamer.

Op de dag voor kerst was de sfeer wat bedrukter en vol stil verdriet. De sfeer leek zelfs volledig verziekt te worden toen de man van het stel het wiegje van zolder haalde en aan de vrouw gaf.
De vrouw begon onbedaarlijk te huilen maar tot mijn grote verbazing vloog ze hem om de nek en vertelde hem tussen de gierende uithalen door hoe blij ze met hem was en hoe ze hun kerstengeltje miste en dat dit het allermooiste was wat ze hem had kunnen geven.
Ze zette het wiegje aan mijn voet en toen zag ik dat er een betoverend mooie engel in lag.  Een kerstengel waarin al hun liefde voor hun engeltje en elkaar zichtbaar was geworden.


Elk jaar mocht ik op de dag voor kerst getuige zijn van het bijzondere moment waarop ze de kerstengel in het wiegje aan mijn voet legden. Elk jaar weer was het intens verdrietig en tegelijkertijd vreselijk mooi.

Dit jaar zal ik voor het laatst onderdeel zijn van deze intieme ceremonie. Mijn lichtjes zullen de kerstengel voor het laatst verlichten. Ik ben oud. Mijn takken hebben kale plekken. Het kunststof is verstaft en het metaal is moe.
Het stel heeft al een nieuwe kerstboom gekocht maar hebben besloten me nog eenmaal op te zetten. Om mij nog eenmaal met glitter en goud te versieren. Nog een keer zal het wiegje met de kerstengel aan mijn voet worden gezet.

Nog eenmaal breng ik licht donkere tijden. Daarna gaan mijn lichtjes definitief uit. Mijn taak is bijna volbracht.






zaterdag 16 september 2017

Kettingreactie

Het is chaos om mij heen. Eén grote bende van licht en geluid. Sirenes gillen, mensen roepen en ergens op de achtergrond hoor ik iemand huilen. Zwaailichten in alle kleuren flitsen af en aan.
De auto waar ik in zit ligt ondersteboven. Ik hang in de gordel tegen de deur aan. Ik voel een vloeistof over mijn gezicht lopen. Mijn arm slaapt. Ik heb het gevoel dat ik al minstens een half uur ik lig te wachten op wat gaat komen. Ik begin mijn kalmte wel een beetje te verliezen.

Natuurlijk weet ik best wel dat ik niet de enige ben die op hulp wacht. We zijn betrokken bij een grote kettingbotsing. Er zullen ongetwijfeld veel meer gewonden zijn, maar dat er nog niet eens even iemand is langsgekomen om te kijken hoe we er aan toe zijn vind ik toch erg onprettig. Alsof ze ons autootje niet hebben zien liggen achter die geschaarde vrachtwagen.
Plots moet ik denken aan de auto die ik naar het kanaal zag schuiven. Is die auto ook daadwerkelijk te water is geraakt? Zal de hulpverlening die dan wel zien? Zullen die inzittenden ook het gevoel hebben dat ze niet worden gezien en dus niet worden geholpen?

Naast mij hoor ik een zucht. Ik draai mijn hoofd en zie mijn dochter hangen. Ze hangt ondersteboven in haar gordel. Met driftige gebaren probeert haar haar uit haar gezicht te vegen maar de zwaartekracht werkt haar ernstig tegen. Geërgerd blaast ze naar een lok die haar neus kriebelt. Een rode vloeistof loopt over haar wang. Het geheel ziet er zo ontzettend absurd uit. Voor ik het me realiseer flap ik eruit: “Hang je lekker?”
Vol ongeloof kijkt ze me aan. Dan beginnen we allebei onbedaarlijk te lachen. We kunnen niet meer ophouden. Zelfs niet als de voorruit wordt verwijderd en mensen ons uit de auto proberen te helpen.

Bij de nabespreking prijzen de hulpverleners ons inlevingsvermogen. Nog nooit eerder hadden ze lotus slachtoffers gehad die zo goed hysterie hadden laten zien.





woensdag 17 mei 2017

De Stagiair

In gedachten verzonken loop ik over de parkeerplaats naar de ingang van het opleidingscentrum.

Het is al bijna een jaar geleden dat ik hier voor het laatst naar binnen liep. Jong en zo arrogant als een slimme student maar kan zijn. Ik dacht dat ik de wijsheid in pacht had. 
Het had dan ook zeer gedaan toen mijn studiebegeleider had gezegd dat ik nog niet klaar was voor het echte werk. Dat ik nog te jong was, te weinig levenservaring had, naïef was. Hij raadde me aan een stageplek te zoeken om ervaring op te doen en daarna pas het afsluitende gesprek te doen. De kans dat ik dan met een plek in het profilersteam naar buiten kwam was dan aanzienlijk groter.

Natuurlijk was ik niet blij. Ik was zelfs boos. Hoe durfde hij? Ik haalde op bijna alle vakken het hoogste cijfer van de klas. Iedereen prees mijn parate kennis, mijn ijver en mijn nauwkeurigheid. Maar ik wist wel waar hij die onzin vandaan haalde. Die Truus van Psychologisch Inzicht had natuurlijk lopen stoken. Die had het altijd op mij gemunt, zei dat ik arrogant was en dat dat me gemakzuchtig maakte. Zij had er vast voor gezorgd dat ik niet direct als profiler aan de slag kon. Ik kon haar wel wat aan doen.

Toen de woede wat afkoelde begon er een plan te ontstaan. Ik moest dus gaan stage lopen. Maar ik wilde absoluut niet in een bestaand team. Daar was de kans dat je een veredelde koffiehaler werd veel te groot. Als ik dan stage moest lopen wilde ik dat wel ergens doen waar ik ook echt wat kon leren. En na een aantal bezoeken aan de politiearchieven wist ik precies bij wie dat zou zijn.

De stagebegeleider die ik had uitgekozen stond niet bekend om zijn goede omgang met stagiairs. Eigenlijk was niet eens bekend of hij eerder stagiairs had gehad of mensen had opgeleid. Maar dit was van wie ik het meest zou leren over seriemoordenaars, hun rituelen, hun persoonlijkheid en hun sterke en zwakke kanten. Dit was voor mij de manier om mijn inzicht te vergroten.

Als snel kwam ik erachter dat mijn studiebegeleider gelijk had gehad. Ik was zo groen als gras. Kokhalzend zag ik de gevolgen van marteling. Kotsend rende  ik weg van de plaats delict. Gillend zag ik mensen doodbloeden zonder dat ik iets voor ze kon doen.

Maar ik leerde veel. Ik kreeg een inkijkje in de hersenspinsels van een monster. Ik kreeg een kijkje in zijn voorbereiding op de jacht. Ik leerde over het belang van rituelen en trofeeën. Ik leerde te kijken naar wat het monster deed en wat hij daarmee vertelde. Ik leerde te denken als het monster.

Gisteren heb ik mijn meesterproef gedaan. Die plek in het profilersteam kan mij niet ontgaan. De foto’s en filmpjes van de slachtoffers zullen onomstotelijk laten zien dat ik exact weet hoe een seriemoordenaar denkt en doet.