woensdag 17 mei 2017

De Stagiair

In gedachten verzonken loop ik over de parkeerplaats naar de ingang van het opleidingscentrum.

Het is al bijna een jaar geleden dat ik hier voor het laatst naar binnen liep. Jong en zo arrogant als een slimme student maar kan zijn. Ik dacht dat ik de wijsheid in pacht had. 
Het had dan ook zeer gedaan toen mijn studiebegeleider had gezegd dat ik nog niet klaar was voor het echte werk. Dat ik nog te jong was, te weinig levenservaring had, naïef was. Hij raadde me aan een stageplek te zoeken om ervaring op te doen en daarna pas het afsluitende gesprek te doen. De kans dat ik dan met een plek in het profilersteam naar buiten kwam was dan aanzienlijk groter.

Natuurlijk was ik niet blij. Ik was zelfs boos. Hoe durfde hij? Ik haalde op bijna alle vakken het hoogste cijfer van de klas. Iedereen prees mijn parate kennis, mijn ijver en mijn nauwkeurigheid. Maar ik wist wel waar hij die onzin vandaan haalde. Die Truus van Psychologisch Inzicht had natuurlijk lopen stoken. Die had het altijd op mij gemunt, zei dat ik arrogant was en dat dat me gemakzuchtig maakte. Zij had er vast voor gezorgd dat ik niet direct als profiler aan de slag kon. Ik kon haar wel wat aan doen.

Toen de woede wat afkoelde begon er een plan te ontstaan. Ik moest dus gaan stage lopen. Maar ik wilde absoluut niet in een bestaand team. Daar was de kans dat je een veredelde koffiehaler werd veel te groot. Als ik dan stage moest lopen wilde ik dat wel ergens doen waar ik ook echt wat kon leren. En na een aantal bezoeken aan de politiearchieven wist ik precies bij wie dat zou zijn.

De stagebegeleider die ik had uitgekozen stond niet bekend om zijn goede omgang met stagiairs. Eigenlijk was niet eens bekend of hij eerder stagiairs had gehad of mensen had opgeleid. Maar dit was van wie ik het meest zou leren over seriemoordenaars, hun rituelen, hun persoonlijkheid en hun sterke en zwakke kanten. Dit was voor mij de manier om mijn inzicht te vergroten.

Als snel kwam ik erachter dat mijn studiebegeleider gelijk had gehad. Ik was zo groen als gras. Kokhalzend zag ik de gevolgen van marteling. Kotsend rende  ik weg van de plaats delict. Gillend zag ik mensen doodbloeden zonder dat ik iets voor ze kon doen.

Maar ik leerde veel. Ik kreeg een inkijkje in de hersenspinsels van een monster. Ik kreeg een kijkje in zijn voorbereiding op de jacht. Ik leerde over het belang van rituelen en trofeeën. Ik leerde te kijken naar wat het monster deed en wat hij daarmee vertelde. Ik leerde te denken als het monster.

Gisteren heb ik mijn meesterproef gedaan. Die plek in het profilersteam kan mij niet ontgaan. De foto’s en filmpjes van de slachtoffers zullen onomstotelijk laten zien dat ik exact weet hoe een seriemoordenaar denkt en doet. 



dinsdag 10 januari 2017

De Boomhut



Vandaag word mijn boomhut afgebroken. Stuk voor stuk zullen mijn spullen er uit worden gehaald. Plank voor plank zullen mijn herinneringen worden afgevoerd. En mijn boomhut is gemaakt van heel veel planken.

De eerste versie van mijn boomhut heeft mijn vader voor mij gemaakt. Ik zal een jaar of zes zijn geweest dat hij er aan timmerde. Mijn moeder was boos want ze vond het maar een gevaarlijk iets, zo’n hutje van oud hout boven in de grote spar in onze achtertuin. Mijn vader vond dat ze zich geen drukte moest maken. Hij zou wel een hekje om het hutje maken zodat ik er niet zomaar uit kon vallen.

Het is de laatste keer dat mijn vader zijn aan mijn moeder gegeven woord hield. Toen de boomhut klaar was gaf hij mij een aai over mijn bol, pakte zijn boeltje  en is met de Noorderzon vertrokken. Het hekje is door de jaren heen wel gebleven.


Mijn moeder bleef de boomhut maar eng vinden. In het begin vroeg ik haar nog wel eens om bij mij op visite te komen maar als ze halverwege de slingerende touwladder was durfde ze niet verder omhoog. Hoewel ze wist dat het voor  mij belangrijk was kon ze zich niet over haar angst heen zetten en op den duur probeerde ze het niet eens meer.

Mijn aanvankelijke teleurstelling verdween snel toen ik besefte dat het inhield dat de boomhut echt mijn terrein was. Niets er in werd door mijn moeder gezien. Mijn eigen plek zonder ouderlijk toezicht. Ruimte die ik op geen enkele wijze hoefde te delen. Een plaats waar ik zelf de regels bepaalde. Mijn vader had mij mijn eigen hemel gegeven.


In het begin deed ik niet anders dan spullen naar mijn boomhut slepen. Ik kreeg van een buurman wat oude kussens van een bank om op te zitten. Een tante van me had nog wat oude dekens om onder te kruipen als het koud was. Een buurvrouw gaf me geregeld een stripboek en een andere buurvrouw verraste me af en toe met een grote stapel tijdschriften.

Door al dat gesleep van me werd de boomhut na verloop van tijd werd te klein en bouwde ik er een stuk bij aan. Een paar jaar later verstevigde ik de oorspronkelijke boomhut en zette er een verdieping bovenop. En nog weer later timmerde ik er nog een stuk bij aan. Eigenlijk kon je ook niet meer spreken van een boomhut want ondertussen stond het bouwwerk met diverse palen verankerd aan de grond. Enkel de ingang leunde nog op de boom.


Wat niet veranderde was het gevoel van vrijheid. Enkel mijn regels golden in de boomhut. Het begon een soort Las Vegas te worden. Wat gebeurde in de boomhut bleef in de boomhut. Letterlijk alles moest achterblijven. Niets wat in mijn boomhut kwam verliet het ooit nog. Tot vandaag.

Vandaag komt er een eind aan mijn eigen vrijstaat. Het huis is verkocht en de nieuwe eigenaren hebben besloten mijn boomhut te verwijderen. Ik kan ze niet meer tegenhouden. Maar ik hoop dat ze flink schrikken als ze mij in mijn boomhut terugvinden.






zondag 26 juni 2016

Bushalte

De inspiratie. Foto van Petrouschka Zandvliet, 
Het is nog vroeg  in de ochtend als ik op mijn vaste plaats ga staan. Ik ben mooi op tijd. Genoeg tijd om me te installeren voor ze komt. Want ze komt vandaag. Ik weet het zeker. Ik heb het haar zelf horen zeggen. Vandaag gaat ze met de bus.
Vanaf mijn plekje kan ik de bushalte goed zien zonder gezien te worden. Ze weet namelijk niet dat ik haar elke keer dat ze bij de bushalte staat observeer. Dat vind ik wel leuk. Dat maakt het spannend. Zal ze me ontdekken? Of zal ze weer onwetend in de bus stappen?

Daar komt ze aan lopen. Ze sjokt een klein beetje alsof er nog net niet genoeg koffie in haar bloed zit om haar normale veerkrachtige tred te kunnen inzetten. Het is natuurlijk ook nog erg vroeg maar ik weet dat ze al even wakker is.
Want ook dat heb ik gezien. Gewoon terwijl ik onderweg was naar mijn kijkplekkie. Niet dat je denkt dat ik een of andere gluurder ben die haar stalkt. Stalken doe ik niet aan. Ik hoef niet alles te weten. Ik mag graag kijken maar er mag nog wel iets aan de verbeelding overblijven.

Ze is aangekomen bij de bushalte. Ze oogt wat ongedurig, hoppend van haar ene been op het andere. Maar dat doet ze altijd als ze niets anders kan dan wachten. Wachten zit niet echt in haar natuur. Ze blijft graag bezig dan voelt ze haar rusteloosheid niet. Als ze bezig is voelt ze zich sterk en daadkrachtig, een krachtig en zeker persoon. Zolang ze iets kan doen krijgt haar onzekerheid geen grip op haar gedachten.
Ze haalt zichtbaar diep adem en staart wat in de verte. Dan doet ze iets wat ik haar al ontelbare keren eerder heb zien doen. Ze pakt haar telefoon en maakt een foto. Die foto moet meteen op sociale media geplaatst worden en dat geeft haar een reden om met haar neus in haar telefoon te verdwijnen. Dat kan ze namelijk niet zo maar doen. Ze heeft namelijk een zeer uitgesproken mening over ‘dat volk dat altijd met minstens een oog naar hun telefoon kijkt’.

Ik moet gaan opschieten want de bus kan elk moment aan komen rijden. En het moet vandaag want anders is het te laat. Volgende week zal hun huis leeg staan en zal ze nooit meer ’s ochtends vroeg bij de bushalte staan. Voorzichtig begin ik haar richting op te lopen. Mijn spieren zijn gespannen van het tegenhouden van de aandrang te gaan rennen. Ik mag niet rennen. Ik mag niets doen waardoor haar interesse in haar telefoon even verslapt en ze me misschien opmerkt.
Mijn hart bonst. Ik voel bij elke stap die ik dichterbij kom het bloed harder door mijn aders pompen. Vanaf vandaag zal anders alles zijn. Vandaag ga ik mijn heimelijke droom waarmaken. Vanaf vandaag zal ik niet meer naar de bushalte hoeven om haar te bekijken. Vandaag ga ik doen wat ik al twee jaar in gedachten aan het oefenen ben.


In de verte komt de bus aanrijden. Wanneer de bus de halte nadert schudt de chauffeur even zijn hoofd. Hij zou toch zweren dat zijn vaste passagier daar net op zijn bus stond te wachten. Hij zal zich wel vergist hebben. Vandaag zal de eerste bus leeg naar het station rijden.